| |
Archief: Henri Stolwijk
Archief: Willem Leniger
| |
De pijn van Saab
februari / maart 2010
General Motors is nog steeds bezig
zichzelf opnieuw op de rit te zetten.
Dat is gewoon ook hard nodig, want
al is door de steun van de Amerikaanse
overheid de financiële
molensteen minder zwaar geworden,
de oorzaak van de oplopende
verliezen is natuurlijk niet structureel
weggenomen. De fabrikant
moet zichzelf opnieuw uitvinden en
heel veel snijden in verliesgevende
activiteiten. Dat de onderneming
ervoor heeft gekozen Opel niet te
verkopen, valt op zichzelf te billijken.
De aangekondigde sanering is
onvermijdelijk. Maar stel je voor dat
je bij Opel in Antwerpen werkt (die fabriek wordt gesloten), dan denk je over de
logica heel anders.
Ook de toekomst van het merk Saab blijft ongewis. Het goede nieuws is dat Victor
Muller van Spyker overeenstemming heeft bereikt met General Motors over
overname. Er zou 52 miljoen euro betaald moeten worden, GM houdt preferente
aandelen, de Europese Investeringsbank zou met een lening van 400 miljoen
euro nieuwe ontwikkelingen mogelijk moeten maken.
Het enthousiasme van Muller is hartverwarmend, maar is dat genoeg? Als (zeer
bescheiden) aandeelhouder van Spyker weet ik heel goed dat dit merk geen
winst maakt. Om het voorzichtig te zeggen: het is daar bepaald niet botertje tot
de boom. Dat geldt ook voor Saab: sinds 2001 is op elke verkochte Saab 8.000
euro toegelegd. Dat verlies poets je niet weg met goede voornemens.
Sowieso zou ik de teloorgang van dit prachtige Zweedse merk betreuren. Het
heeft altijd een warme plek gehad in mijn hart vanwege de eigenzinnigheid. In
mijn garage staat niet voor niks een Saab 96 uit 1963, een karaktervolle klassieker
waarin ik met heel veel plezier rijd. Dat pruttelende geluid van de tweetakt
valt bijna niet te evenaren. Diverse bezoeken aan de fabriek in Zweden en vele
ontmoetingen met de prominenten van het merk, onder wie voormalig rallyrijders
Erik Carlsson en Per Eklund, hebben de liefde voor Saab alleen maar aangewakkerd.
Carlsson boekte in de jaren zestig grote successen met de Saabs 93
en 96. Jarenlang gold hij als dé ambassadeur van het merk, bij vele evenementen
was hij aanwezig. Het was een genoegen om van hem ‘rijlessen’ te krijgen,
Erik wist als geen ander hoe je een Saab moest besturen. Ook van Per Eklund,
nog zo’n crack die het succesvolle rallyverleden van Saab symboliseert, heb ik
diverse keren onderricht genoten. Onder leiding van dergelijke mannen rijden op
(bijvoorbeeld) een bevroren meer in Lapland en ’s avonds met hen dineren en
praten over auto’s maakt je blij en betrokken bij het wel en wee van het merk.
Maar ja, van het verleden kan niks bestaan. In de grote autowereld heerst overcapaciteit.
Economische wetten zijn onverbiddelijk: als je verlies lijdt, moet de
poort dicht. Als iedereen die vindt dat Saab zou moeten blijven bestaan in de
afgelopen jaren een Zweedse auto had besteld, zou er niets aan de hand zijn
geweest, laten we dat vooral niet vergeten. Ach, misschien kan dat alsnog.
Henri Stolwijk
Hoofdredacteur
TERUG
|
|