Bakermat van de KNAC

Noviomagum was de naam van de eerste auto op de Nederlandse dreven. Een op stoom rijdend vehikel dat in 1888 in Nijmegen (vandaar zijn naam) zijn maidentrip maakte. De Noviomagum wachtte geen roemrijk bestaan, in tegenstelling tot de eveneens in Nijmegen opgerichte (K)NAC.

‘De bakermat van het automobilisme in ons land is Nijmegen’, schrijft M.W. Aertnijs in zijn uit 1948 daterende boekje getiteld ‘Hoe de auto in ons land kwam’. Die Noviomagum was dan wel een mechanisch voortbewogen vierwieler, maar van een auto had hij niet veel weg. Het voertuig had meer het uiterlijk van een gekrompen locomotief of van de stoomwalsen die je in die tijd al in de wegenbouw zag. P. van Rijn, een geweermaker van de Nijmeegse Schutterij, was de schepper van dit vehikel.

Gedenkwaardige feitjes, die extra leuk zijn omdat ze zijn opgetekend door iemand die in 1898 aan de wieg stond van de KNAC. Aertnijs was de eerste secretaris van de Nederlandsche Automobiel Club (N.A.C.), waarvan de oprichtingsvergadering op 2 april 1898 plaatsvond in Hotel Keizer Karel in Nijmegen. In aanwezigheid van een stel andere autoliefhebbers van het eerste uur, zoals J.P. Backx (later gekozen tot voorzitter), J.C. van der Meer, J. Kneppers, G. Wendelaer, A.S. Houwink, H. Mos en A. Stassar. De oprichtingsvergadering stelde niet al te veel voor, afgaande op de notulen van destijds. Die vermelden alleen dat enkele heren, onder wie Aertnijs, de statuten zouden maken. Op 3 juli 1898 zijn die vastgesteld tijdens de tweede vergadering van de N.A.C. en die bijeenkomst was in het Haagsche Koffiehuis in Utrecht.

Passages uit het verslag zijn alleraardigst en geven een goed beeld van de tijd van toen. Dat het bezoeken van een vergadering bijvoorbeeld al een hele onderneming was:

‘Allereerst werd door de voorlopig voorzitter dank gezegd aan de heeren voor de moeite die men zich getroost had hierheen te komen.’ En even verder: ‘Besloten werd nog als leden oprichters te erkennen alle leden die zich vóór het einde der loopende maand zouden aanmelden. Tevens werd op schriftelijk voorstel van den Heer Th. Dentz het Eere voorzitterschap opgedragen aan den Heer B. van Zuylen van Nijevelt te Parijs (voorzitter van de Automobiel Club de France). Den Secretaris werd opgedragen de noodige stappen te doen tot vervaardiging van nette Club-insignes. De concept Statuten werden na eenige wijzigingen goedgekeurd en er werd besloten deze ter Koninklijke Goedkeuring te onderwerpen.’ Nederland had zijn eerste nationale autoclub en die club werd zelfs echt Koninklijk (vandaar de K) in 1913.