Onstuitbaar voorwaarts

Een Belgische baron, een Franse graaf, een voormalig bierbrouwer uit Nijmegen en een bescheiden notaris uit Noord-Holland. Zij leveren de grondstoffen voor de oprichting van de Nederlandsche Automobiel Club op 3 juli 1898. En ze zorgen voor een bijpassend decor: de eerste internationale stedenrace.

Drie auto’s telt Nederland eind 1896, misschien een paar meer. Dat ons land net voor de eeuwwisseling toch het automobieltijdperk binnenschrijdt, is ook de verdienste van Michael Aertnijs, oprichter van de Nederlandsche Automobiel Club (NAC). De gewezen bierbrouwer is een gewiekste koopman, legt makkelijk contacten en heeft gevoel voor show. Dankzij hem is Nederland in de zomer van 1898 in rep en roer: een kleine zestig auto’s stuiven van Parijs naar Amsterdam en weer terug.

Dat was nog niet eerder vertoond: een autorace door Frankrijk, België en Nederland; zes etappes, 1.431 kilometer over klinkerweggetjes, keienwegen en de nodige grindpaden. Voor extra sensatie zorgt de onderlinge strijd: fabrikant Bollée is vastbesloten het onoverwinnelijke Panhard-Levassor van de troon te stoten. Speciaal voor de stedenrace van 1898 bouwt Bollée vier nieuwe wedstrijdauto’s. Deze Torpilleurs zijn voorzien van een aluminium carrosserie met een primitieve stroomlijn. Panhard zit ook niet stil en introduceert een stuurwiel en luchtbanden op de deelnemende auto’s.

Op 9 juli 1898 om twaalf minuten voor elf rijdt Girardot met een Panhard Amsterdam binnen. Zijn gemiddelde snelheid benadert de 48 km/uur. Drie etappes wonnen de Panhards inmiddels, maar de druk van de drie overgebleven Bollées is enorm. Ze zitten de concurrentie letterlijk op de hielen. Na een rustdag volgt een rit van 269,55 kilmeter naar Luik, waarbij de rijders opnieuw Nijmegen passeren. Tijdens deze etappe neemt Amédée Bollée de leiding. In Nijmegen botst hij echter tegen een hek en valt uit. Het is Charron die vervolgens de etappewinst pakt. Van Luik naar Verdun (259,90 kilometer) is de zege toch nog voor een Bollée, maar Charron wint ook de afsluitende etappe van Verdun naar Parijs. De officiële finish van de wedstrijd is niet in Parijs maar in Montgeron, om het gezag van de politie te ontlopen. Een deel van de wedstrijdauto’s rijdt door naar Versailles, omdat het massaal toegestroomde publiek daar wacht. Charron wint de stedenrace Parijs- Amsterdam-Parijs met een gemiddelde snelheid van 43,26 km/uur. Ook de tweede plaats is voor een Panhard-Levassor. Bollées finishen als derde en als vijfde met een achterstand van respectievelijk ruim een uur en ruim twee uur.

Als in Nederland het stof van de race is neergedaald, staat er een club van gelijkgestemde automobilisten, de NAC. In augustus telt de NAC achttien leden en zes donateurs. Aertnijs en notaris Backx leiden samen drie jaar lang de vereniging.