Herstel het imago van de auto-industrie

3 december 2015

Dat de KNAC zich distantieert van de frauduleuze – want met voorbedachte rade gemanipuleerde – software bij miljoenen dieselmodellen van de Volkswagen Groep, spreekt voor zich. Maar we zijn inmiddels enkele maanden verder sinds het nieuws hierover wereldkundig werd gemaakt en heeft het geen zin om daarover vanaf deze plaats verder te discussiëren.

In de ontstane mediahype rond deze affaire raakte de publieke opinie het spoor rond schadelijke uitlaatgasemissies helaas, maar begrijpelijk, geheel bijster. Politiek en industrie gaven elkaar de schuld van de onduidelijkheid over verschillen tussen wettelijke normen en praktijkmetingen. Zo zou de ‘echte’ uitstoot van schadelijke gassen bij bepaalde nieuwe auto’s zóveel hoger zijn dan was opgegeven, dat ze nauwelijks schoner zijn dan die van oude diesels waarvoor in sommige gemeenten zelfs een milieuzone geldt.

Ach, het is misschien wel een geluk bij een ongeluk dat deze al zolang sluimerende onduidelijkheid ineens actueel is geworden. Hierdoor realiseren zowel ‘Brussel’ als de Europese autoproducenten zich dat er nu snel duidelijke en transparante afspraken gemaakt moeten worden. Dat COeen negatief effect heeft op de klimaatverandering, dat fijnstof een ernstige bedreiging vormt voor de volksgezondheid en dat NOonder meer smog veroorzaakt, is bekend. Om die emissies te beteugelen moét de Europese politiek nu normen stellen die ook daadwerkelijk worden nageleefd. Daarvoor is overigens meer nodig dan alleen een nieuwe, realistische Europese emissie- en verbruikstest. Europarlementariërs mogen zich in hun besluitvorming niet laten leiden door nationale (auto)industriële belangen en de lobby daaromtrent. Fabrikanten moeten zich bereidwilliger opstellen bij de realisatie van de hun voorgeschreven milieunormen. En bovenal moet er versneld één Europese testinstantie (plus een daaraan gelieerde waak- hond) komen om de gemaakte afspraken tussen politiek en industrie uit te voeren en te toetsen. Dat alles volgens een langetermijn-strategie, zodat niet elke vier of vijf jaar wéér strengere eisen worden gesteld. Want daardoor wordt de ontwikkeling van toekomstige automodellen te kostbaar en bovendien vertraagd.
Met andere woorden: de Brusselse politiek en de Europese autobouwers moeten elkaar zo snel mogelijk zien te vinden in een constructief toekomstscenario. Alleen dan kan het beschadigde imago van de Europese auto-industrie worden hersteld.

Ray Uiterwaal
Voorzitter

Deze artikelen zijn misschien ook interessant voor u