First party-verzekering?

20 maart 2018

In 2016 haalden slechts zeven verzekeraars voor hun autoverzekeringen een zogenaamde ‘combined ratio’ van onder de 100 procent. Het gaat dan om een maatstaf voor de winstgevendheid: boven de 100 procent wordt er verlies geleden, daaronder wordt er wat verdiend, hetgeen dus slechts zeven verzekeraars lukte. Vanwaar deze cijfers? Omdat het aan de hand hiervan geen wonder is dat de premies vorig jaar, na vele jaren van daling, fors stegen. Waarbij het trouwens nog steeds zo is dat de premies vorig jaar gemiddeld slechts 13 procent hoger lagen dan in 2006.

Maar helaas blijft de schadelast stijgen, mede door het gebruik van de smartphone
in de auto waardoor de aandacht wordt afgeleid. Een kop-staartbotsing is dan snel gebeurd en zulke ongevallen zijn duur: ontploffende airbags verwoesten vaak het complete interieur en de voorzijde van auto’s zit tegenwoordig vol kostbare elektronica. Lastig voor de verzekeraars, want de steeds hogere reparatiekosten rechtvaardigen een hogere premie, maar daar is de klant dan weer niet blij mee. Verzekeraars zitten dus in een lastig parket. Zeker een W.A.-autoverzekering is een commodity product geworden. Mensen vergelijken en kiezen de goedkoopste mogelijkheid. Hierdoor worden verzekeraars gedwongen hun prijzen laag te houden, hetgeen weer bijdraagt aan stevige concurrentie.

Een oplossing is misschien wel om, net als de aanbieders van smartphones, keuzestress te creëren. Want hoewel er slechts vier of vijf aanbieders van deze apparaten op de markt zijn, hebben weinigen het gevoel een lage prijs te betalen. Sommige verzekeraars spelen met het idee dat de verzekering moet verschuiven van het voertuig naar de mens: de zogenaamde first party-verzekering. Hierbij verzekert een automobilist zichzelf tegen zowel materiële als letselschade als gevolg van een verkeersongeval, ongeacht de schuldvraag. Bij een eventuele schade claimt hij die bij zijn eigen verzekeraar. Daardoor verdwijnt de aansprakelijkheidsdiscussie.

Een ‘voordeel’ van zo’n first party-verzekering zou kunnen zijn dat er makkelijker op iets anders kan worden geconcurreerd dan op de prijs. Degene die de uitkering krijgt, is ook de polishouder. Ik kan me voorstellen dat consumenten bij het afsluiten van zo’n verzekering beter letten op dekking en service. Verzekeraars kunnen zich hierop proberen te onderscheiden. De branchevereniging van de Nederlandse Letselschade Experts (NLE) is echter geen voorstander. Volgens de NLE worden schadeposten bij first party-verzekeringen genormeerd en vermoedelijk gemaximeerd, wat een achteruitgang betekent ten opzichte van de werkelijk geleden schade. Voor grote groepen slachtoffers met bijvoorbeeld een whiplash valt, zo denkt de NLE, het ergste te vrezen. Want deze letsels zullen, net als bij veel huidige ongevallenverzekeringen, niet of slechts beperkt worden vergoed. En wat doe je bijvoorbeeld met fietsers en voetgangers?

Een systeem met first party-verzekeringen met een beperkte polisdekking betekent vermoedelijk een ongewenste verschraling voor alle verkeersslachtoffers. Natuurlijk, de mogelijkheden voor zo’n verzekeringssysteem zijn het onderzoeken waard. Maar ze mogen nooit lijden tot een beperking van de rechten van slachtoffers, want dat is zowel onwenselijk als maatschappelijk onverantwoord.

Kees de Regt
Manager Verzekeringen

Deze artikelen zijn misschien ook interessant voor u