KNAC ledenreis naar Engeland groot succes

27 maart 2018

De KNAC ledenreis naar Engeland naar Aston Martin en Morgan en drie musea is en groot succes geworden. Daar zag het al naar uit toen aan deze trip bekendheid werd gegeven, want hij was in zeer korte tijd uitverkocht. Maar op 20 en 21 maart was het dan zo ver en vond de tweedaagse trip plaats. Deelnemer Peter Tjallema stuurde ons onderstaand reisverslag in.

Wapendasjes

Wachtend op het vliegtuig naar Birmingham International Airport druppelden participanten van de KNAC Engelandreis binnen bij de gate. Iedere deelnemer was eenvoudig te herkennen aan KNAC wapendasjes die van te voren per post waren verstrekt. Voorzichtig werd voor het instappen kennis gemaakt en het werd al gauw duidelijk dat op deze reis echte autoliefhebbers meegingen. Velen hadden een kleine autoverzameling opgebouwd van al of niet Britse makelij en het werd duidelijk dat iedereen er zin in had.

Toen we geland waren en buiten stonden, kwam er keurig een kleine bus naar ons toe gereden die ons na een uurtje rijden naar de Morganfabriek in Malvern bracht. We kregen daar een bord soep en typisch Engelse sandwiches in driehoekvorm gesneden aangeboden. Daar we allemaal koffie namen aan tafel, bleef de kan met thee onaangeroerd, waarmee we onbedoeld de dienstdoende dame best een beetje beledigde.n

Na een leuke videopresentatie kon de rondleiding beginnen. De groep werd in tweeën gespitst en werden we over het fabrieksterrein geloodst. U moet weten dat de fabriek van de Morgan Motor Company feitelijk uit typisch Engelse aaneen gebouwde schuren bestaan. De tourguide (laten we het Engels houden…) vertelde dat Morgan in 1908 begonnen is met slechts één fabriekshalletje. Aan het begin van de Eerste Wereldoorlog werd Morgan, zoals zoveel fabrieken, door de overheid gehouden om munitie en oorlogsmaterieel voor het Britse leger te maken. Vanwege de kleine fabrieksruimte en het daardoor beperkte productiepotentieel, werden op kosten van de Britse overheid de overige gebouwen bijgebouwd; dus dankzij de oorlog kon Morgan goedkoop zijn fabriek uitbreiden.

Wetenswaardigheden

Er werden veel wetenswaardige feiten gedeeld: zo heeft Morgan de laatste van de recentelijk uit productie genomen 4,4 liter V8 blokken van BMW gekocht om ze in te bouwen in hun Aero-modellen, is werkelijk elke denkbare kleur leverbaar en wordt twee keer per dag een kwartier theepauze gehouden; net nadat de tourguide dat zei, klonk het fluitsignaal, werd vervolgens het werk subiet neergelegd en begaven de werknemers (laten we ze ambachtslieden noemen..) naar de kantine.

Bij Morgan worden alle ambachtslieden intern opgeleid door een mentor. Ze worden goed betaald en zelden verlaat iemand de werkgever. Vele gepensioneerden van de Morganfabriek houden het thuis niet uit en komen uit eigener beweging weer naar de fabriek om toch wat werk te doen. Zo ook een werknemer die zó verknocht is aan de fabriek, dat als hij niet aanwezig is, ze een kartonnen foto van hem op ware grootte neerzetten, zodat hij tóch aanwezig is. Waar vind je nog zo’n werksfeer?

In het museum stonden naast enkele unieke modellen, ook de eerste auto die Morgan heeft gebouwd. Deze had geen stuurwiel, maar een helmstok om de wagen mee te besturen. Tevens was er het kantoor van de stichter H.F.S. Morgan (1881-1959) in het museum nagebouwd. Wat daarbij opviel was een opgezette uil. Toen we vroegen waarom deze uil in het kantoor stond, vertelde de tourguide laconiek dat deze opgezette uil vroeger dienst deed bij de nok van een fabrieksgebouw om de vogels die zich daar nestelden weg te houden. Britser dan dit kan toch bijna niet?

Prachtig hotel

Hierna gingen we met de bus naar het Coombe Abbey in Warwickshire countryside. Een werkelijk prachtig hotel met schitterende kamers. We hebben na een welkomsglas prosecco een goed diner gehad. Het was een lopend buffet met reepjes bief in roomsaus en in een andere schaal stukjes kip die in tegenstelling wat de Britten altijd doen, niet drooggebakken waren. Voor het slapengaan heeft reisleider Jeroen Helms voor degenen die nog niet onder de lakens wilden, college gegeven over auto’s. Als eigenaar van een vooroorlogse Dodge Brothers en Ford Model T, is er werkelijk geen autofabrikant die nog een geheim heeft voor deze wandelende auto-encyclopedie. Als taxateur van klassieke auto’s wist hij enkele fijne kneepjes van het vak en mooie verhalen op te dissen. Een kleurrijk figuur die, dat moet gezegd worden, uitstekend zijn best heeft gedaan om alles te organiseren.

Na een goede nachtrust met uitstekend ontbijt was iedereen keurig op tijd bij de bus waarna we koers zetten naar Coventry, ooit de bakermat van de Britse auto-industrie. Daar gingen we een kijkje nemen in het Coventry Transport Museum. In dit museum stond de geschiedenis van de Britse auto-industrie centraal. Er stonden vele auto’s, van bekende en minder bekende Britse merken. Van begin twintigste eeuw tot auto’s die enkele jaren terug van de band zijn gelopen. Tevens was er aandacht voor het verval van de Britse auto-industrie van begin jaren zeventig waarin ‘poor quality control and the lack of morality’ ervoor zorgden dat steeds meer potentiële autokopers niet meer voor Brits fabrikaat kozen.

Aston Martin

Hierna ging de bus naar de fabriek van Aston Martin in Gaydon. Deze fabriek is er slechts enkele jaren terug neergezet nadat Aston Martin de voormalige fabriek in Newport Pagnell de rug toekeerde. Ik moet nu uitkijken wat ik schrijf, want ieder moest vooraf een convenant invullen en tekenen waarin hij/zij verklaarde niets over wat erin de fabriek te zien was, naar buiten bracht. Ik kan alleen vertellen dat in de brandschone, hypermoderne fabriek hard gewerkt werd om verschillende modellen van Aston Martin volledig naar wens van de klant te bouwen. Van een kleine fabriek die zich richt op een beperkte fabricage is al lang geen sprake meer. Er werd tijdens ons bezoek aan zeker tachtig Aston Martins in hoog tempo gewerkt. De smetteloze staat van de fabriek, de omvang en het aantal werknemers van de Aston Martin fabriek stond in schril contrast met die van Morgan.

Hierna gingen we naar de The British Motor Museum. Dit museum bied een alleraardigste collectie van, wederom, Britse auto’s. Hierin staat bijvoorbeeld de Rover P5B van de Britse koningin, enkele prototypes van het ooit zo grote British Leyland concern en enkele snelheidsmonsters uit het verleden. In een gebouw,even verderop, stond een collectie Jaguars die de moeite van het bekijken erg waard was.

Toen weer de bus in en op weg naar het vliegveld. Iedereen was enthousiast over wat we de afgelopen twee dagen hadden gezien; het was werkelijk elke cent waard. We hebben genoten en voor degenen die in juni nog naar de tweede ledenreis  gaan doen: er staat u wat moois te wachten.

Happy motoring!

Deze artikelen zijn misschien ook interessant voor u