Europese auto-industrie: CO2-reductie koppelen aan laadinfrastructuur

1 april 2021

De Europese auto-industrie is bereid om de CO2-uitstoot van auto’s verder te verlagen, maar wil dat verbinden aan doelen van de lidstaten voor het opzetten van een infrastructuur voor laadpalen en waterstoftankstations. Dat zijn de CEO’s van de belangrijkste autoconcerns in Europa overeengekomen tijdens een bijeenkomst van de ACEA.

Het komt er dus op neer dat de auto-industrie alleen akkoord gaat met lagere CO2-limieten als de lidstaten voor de infrastructuur zorgen om die met elektrische auto’s en waterstofauto’s te halen. Er wordt gesproken over bindende nationale doelstellingen. 

“De enorme investeringen van onze industrie in voertuigen die op alternatieve energiebronnen rijden, werpen vruchten af. Vorig jaar was bijna één op de tien in de EU verkochte auto’s elektrisch oplaadbaar. Maar deze trend kan alleen worden volgehouden als de overheden evenveel in infrastructuur gaan investeren”, benadrukte Oliver Zipse, voorzitter van ACEA en topman van BMW. “Daarom moeten alle nieuwe 2030 CO2-doelstellingen voor auto’s afhankelijk zijn van een overeenkomstige toename van de infrastructuur.”

Zipse: “We moeten alle beschikbare aandrijflijntechnologieën benutten om de CO2-voetafdruk van ons wagenpark te verkleinen. Voor de uitbreiding van het aantal elektrische voertuigen geldt een eenvoudige logica: het aantal oplaadpunten en waterstofstations dat de EU-lidstaten in het kader van de daadwerkelijk zullen plaatsen, zal bepalen wat een realistische CO2-doelstelling voor 2030 is.”

Daarnaast moeten de EU-lidstaten een wettelijk kader implementeren voor de snelle uitrol van particuliere laadinfrastructuur thuis en op het werk.

Deze artikelen zijn misschien ook interessant voor u