Inzittendenverzekering, waarom?

11 juni 2021

Bij het aanvragen van een autoverzekering krijgt u de vraag voorgelegd of u een ongevallenverzekering voor inzittenden (OVJ) en/of een schadeverzekering voor inzittenden (SVJ) wenst mee te verzekeren. Nou is het begrip inzittendenverzekering over het algemeen wel bekend. Maar dat er twee soorten zijn niet. Wat zijn de verschillen? Ik ga het u uitleggen.

Bij een ongevallenverzekering voor inzittenden verzekert u een vooraf afgesproken geldbedrag in geval van overlijden of blijvende invaliditeit van een door uzelf op te geven aantal inzittenden. Voor een MG B kunnen dit er twee zijn en voor een grote MPV zelfs zeven. Er is geen verband tussen de hoogte van de uitkering en de daadwerkelijke schade, en de te betalen premie is afhankelijk van de hoogte van de gekozen bedragen alsmede het aantal personen. Meestal zijn die bedragen niet heel hoog, bijvoorbeeld 10.000 euro bij overlijden en 50.000 euro bij (algehele!) blijvende invaliditeit. Daarnaast dient u te weten dat de hoogte van de uitkering bij blijvende invaliditeit afhankelijk is van de mate van de invaliditeit. Voorbeeld: een 30% blijvende beperking aan uw kleine linkerteen levert een veel lagere uitkering op dan een 30% blijvende beperking aan uw ogen. In de voorwaarden staat een overzicht (‘Gliedertaxe’) waarin u precies kunt zien welk percentage wordt vergoed voor blijvend letsel aan een been of een oog.

Bij de andere soort, de schadeverzekering voor inzitten- den, verzekert u in geval van een ongeluk een maximaal uit te keren bedrag aan werkelijk geleden schade voor alle inzittenden samen. Dan gaat het dus niet om een vergoeding voor het daadwerkelijke letsel of overlijden, maar de gevolgschade daarvan. Bijvoorbeeld de inkomensderving of de kosten van de uitvaart. Vaak betaalt u een vast bedrag voor een SVJ, die tegenwoordig maximaal ca. één miljoen euro schade dekt. Het gaat hierbij, naast de geleden schade door overlijden of blijvende invaliditeit, ook om schade door gederfde of nog te derven arbeidsinkomsten, schade aan persoonlijke bezittingen (kleding, bril etc.) en smartengeld. Denk ook aan medische kosten die niet, of niet volledig, door uw zorgverzekeraar worden vergoed en aan de extra kosten van kinderopvang of hulp in de huishouding. Een schadeverzekering inzittenden is iets duurder (ongeveer 35 euro) dan een ongevallen inzittendenverzekering (ongeveer 25 euro), maar daar staat dus een veel uitgebreidere dekking tegenover.

Overeenkomsten zijn er ook: beide verzekeringen betalen alléén uit als het letsel of de schade uitsluitend en rechtstreeks het gevolg is van een auto-ongeval. Ze betalen ook altijd uit, ongeacht de schuldvraag. Een prettige gedachte. Bijzonder is verder dat u soms op meer polissen kunt claimen. Stel u heeft privé een gezinsongevallenverzekering, daarnaast een ongevallenverzekering op uw autopolis én een ongevallendekking op uw reisverzekering. Wanneer u tijdens uw vakantie een ongeluk met uw auto krijgt keren alle drie de verzekeringen uit, afhankelijk van de soort dekking en verzekerde bedragen.

Overigens bent u niet verplicht om dergelijke verzekeringen af te sluiten. Passagiers (let op: dus niét de bestuurder) kunnen hun schade verhalen op de WA-verzekeraar van de auto waarin zij zaten, of op de WA-verzekeraar van de tegenpartij. Een inzittendenverzekering is dus geen noodzaak voor de passagiers, wat menigeen wel vaak denkt. De verzekering is vooral belangrijk voor de bestuurder die het ongeluk zelf veroorzaakt, want die kan zijn schade niet verhalen op zijn eigen WA-verzekeraar of de verzekeraar van de tegenpartij.

Kees de Regt
Manager Verzekeringen

Deze artikelen zijn misschien ook interessant voor u