Nieuw voor oud

7 mei 2021

Het vaststellen van een juiste schadevergoeding is soms lastig. Zeker bij oudere auto’s. Grofweg wordt bij een totaalverlies van een auto de dagwaarde minus de waarde van de restanten vergoed. Bij klassiekers wordt, indien opgenomen in de polisvoorwaarden, niet de dagwaarde aangehouden, maar de getaxeerde of overeengekomen waarde. Bij moderne auto’s wordt vaak de eerste drie jaar de nieuwwaarde of aanschafwaarde aangehouden.

En wat nou als er geen sprake is van totaalverlies, maar ‘gewoon’ schade? In dat geval worden doorgaans de reparatiekosten vergoed. Maar niet altijd. Soms wordt er dan een aftrek ‘nieuw voor oud’ toegepast. Voorbeeld: er is schade aan een stoffen kap van een cabriolet. De gemiddelde levensduur van zo’n kap is ongeveer twaalf jaar. Wanneer de onherstelbaar beschadigde kap al negen jaar oud is, krijgt men geen vergoeding voor een nieuwe kap, maar een lager bedrag omdat er een aftrek ‘nieuw voor oud’ is toegepast. De kap had immers toch over enkele jaren vervangen moeten worden. Overigens mogen verzekeraars hiervan, in het voordeel van verzekerden, afwijken in hun polisvoorwaarden. Je ziet dit bijvoorbeeld terug bij inboedelverzekeringen: de verzekeraar vergoedt de nieuwwaarde van een door brand beschadigde bank, tenzij deze minder waard was dan 40% van de nieuwwaarde. Bij autoverzekeringen zie je dit ook, maar dan dus meestal bij totaalverlies en niet (of veel minder) bij schades waarbij voertuigen slechts deels beschadigd raakten.

Deze ‘nieuw voor oud’- regeling, zoals in het geval van die cabriokap, stuit wel eens op onbegrip. Vaak wordt door de verzekerde dan als argument gebruikt dat hierover niets in de polisvoorwaarden staat. Naar mijn mening hoeft dat ook niet, want de regeling vindt zijn oorsprong in het zogenaamde ‘indemniteits- principe’ dat wettelijk verankerd is (art. 7:960 BW in samenhang met art. 7:944 BW). Het houdt in dat een verzekerde op basis van zijn (schade)verzekering géén vergoeding ontvangt, waardoor hij daarmee in een duidelijk voordeliger positie zou geraken. In het geval van de oude cabrioletkap is dat duidelijk het geval. Immers, die was al voor 75% afgeschreven. Zou er een vergoeding voor een heel nieuwe kap worden verstrekt, dan praat je over een ‘duidelijk voordeliger positie’.

Ook bij het claimen van een schade op een tegenpartij zal de verzekeraar daarvan alleen de werkelijk geleden schade vergoeden. En dus zal er dan in het geval van een oude kap géén vergoeding voor een gloednieuwe kap worden verstrekt. Let er echter wel op dat een verzekeraar dit ‘nieuw voor oud’-principe niet té enthousiast toepast. De ‘nieuw voor oud’-regeling mag in het hierboven genoemde geval namelijk wel toegepast worden op de kosten van een geheel nieuwe kap, maar niét op de kosten van het arbeidsloon. Het maakt namelijk in werkuren (en dus arbeidsloon) niet uit of er een oude of nieuwe kap wordt gemonteerd. Daarom: blijf kritisch en vraag de verzekeraar hoe de berekening van de aftrek tot stand is gekomen. De moraal van dit verhaal is en blijft echter: een verzekering is bedoeld om je schadeloos te stellen, niet om je rijker te maken.

Kees de Regt
Manager Verzekeringen

Deze artikelen zijn misschien ook interessant voor u